Welkom

WLZ

Erfrecht & Erfbelasting

Levenstestament

Erfbelasting &

schenkbelasting de cijfers

Links

WELKOM

Duidelijke taal

 

Vraagt u zich wel eens af:

of u uw spaargeld moet aanspreken of uw eigen huis moet gaan opeten bij opname in een zorgcentrum

of uw testament nog helemaal up-to-date is

wie uw geld beheert wanneer u dat zelf niet meer kunt

 

Wilt u goed geïnformeerd worden over:

de sinds 1 januari 2013 geldende regels over de eigen bijdrage in de Wet Langdurige Zorg (voorheen ABWZ)

hoe u erfbelasting (successiebelasting) kunt besparen bij overlijden

het maken van een zogeheten “levenstestament”

 

Dan is het een goed idee om vrijblijvend een afspraak maken met een van de aan ons kantoor verbonden

(kandidaat-)notarissen voor een persoonlijk gesprek.

Wet Langdurige Zorg (WLZ)

EIGEN BIJDRAGE IN DE WLZ

 

Volwassenen die WLZ-zorg krijgen, moeten daarvoor een eigen bijdrage betalen. Die eigen bijdrage is voor mensen met een eigen vermogen per 1 januari 2013 fors omhoog gegaan.

 

Tot 2013 werd 4 procent van het 'Box 3' vermogen boven de vrijstelling van ongeveer € 21.000 meegeteld bij het verzamelinkomen. Dit percentage is nu verhoogd naar 12 procent. Het verzamelinkomen is de basis van de berekening voor de eigen bijdrage. De consequentie is dan ook dat deze eigen bijdrage hoger uitvalt dan vóór 2013. De maximale eigen bijdrage is voor 2017 een bedrag van € 2.312,60,- per maand. Dit is de “hoge eigen bijdrage 2017” bij langdurig “zorg met verblijf”.

Soms is er “slechts” de lage eigen bijdrage verschuldigd. Die is voor 2017 minimaal € 160,60 per maand en maximaal € 842,80 per maand.

 

Vroeger

De nieuwe berekening van de eigen bijdrage doet denken aan de bijdrage die ouderen tot 1996 moesten betalen volgens de toen geldende regels, wanneer ze verhuisden naar een bejaardenhuis. De ouderen met spaargeld moesten dat eerst grotendeels opeten voordat de overheid ging betalen. Dit werd als onredelijk beschouwd. Immers, de buurvrouw, die minder spaarzaam had geleefd, kreeg dezelfde zorg, maar hoefde niets te betalen. Veel mensen zorgden er dan ook voor, dat hun vermogen, meestal de eigen woning, enkele jaren vóór hun verhuizing naar het bejaardenhuis, was overgeheveld naar hun kinderen.

 

Peildatum

Om de eigen bijdrage voor 2017 te berekenen, gaat men uit van het inkomen over 2015. Wordt de eigen bijdrage alleen al op basis van het 'echte' inkomen (AOW, pensioen e.d.) op het maximumbedrag vastgesteld, dan heeft het weinig zin om te proberen het Box 3 vermogen naar beneden te brengen.

Weet daarbij dat in 2017 gerealiseerde maatregelen pas effect hebben voor het bijdragejaar 2020; volgens de wet is
1 januari 2018 de peildatum voor het bijdragejaar 2020.

 

De eigen woning

Als  iemand  in het jaar 2017 vanuit de eigen woning naar een zorginstelling gaat, dan wordt er dus gekeken naar het vermogen dat hij of zij bezat in 2015. Volgens de regels van de inkomstenbelasting hoorde in 2015 de eigen woning in Box 1 en niet in Box 3. De eigen bijdrage wordt in 2015 nog niet berekend over de waarde van de woning.

Indien u wordt opgenomen in een verzorgings- of verpleeghuis en de woning leeg komt te staan omdat er nog geen koper is, blijft de woning nog tot maximaal 3 jaar na het kalenderjaar waarin u de woning hebt verlaten in box 1: de eigen bijdrage strekt zich dan gedurende die periode niet uit over de waarde van de woning en de (hypotheek)rente blijft aftrekbaar. Wanneer de woning uiteindelijk wordt verkocht valt de opbrengst natuurlijk wel in box 3 en wordt dan meegerekend bij de vaststelling van de eigen bijdrage.

 

Wat nu?

De vraag, die momenteel veel aan notarissen wordt gesteld, is of er mogelijkheden zijn om te zorgen dat er een lagere of helemaal geen bijdrage betaald hoeft te worden. Wil men aan die hogere bijdrage ontkomen dan is het zaak om het vermogen in Box 3 tijdig te verlagen. Dat kan op allerlei manieren, variërend van 'groen' beleggen tot het doen van schenkingen, al dan niet uitsluitend 'op papier', aan de kinderen en/of kleinkinderen. Ook het erfrecht en het maken/wijzigen van een testament verdienen hierbij de aandacht. Zo kan het bijvoorbeeld nuttig zijn in het testament een clausule op te nemen, welke er voor zorgt, dat, wanneer de langstlevende echtgenoot een beroep doet op WLZ-zorg, de kinderen in bepaalde gevallen hun kindsdeel kunnen opeisen.

 

Kortom.

Het houden van overzicht in deze ingewikkelde materie is niet gemakkelijk. Soms hoeft er niets te gebeuren, in andere gevallen is niets doen een dure optie. Een goede aanpak vergt echt maatwerk. Aan de hand van een persoonlijk rekenvoorbeeld kan worden bezien of en in hoeverre het in uw geval interessant kan zijn om maatregelen te treffen. Het beste advies is dus om bij twijfel even een afspraak te maken met een notaris, die goed op de hoogte is van de nieuwe regels.

ERFRECHT & ERFBELASTING

HET (WETTELIJKE) ERFRECHT EN DE WLZ

 

Bij overlijden van een van de echtgenoten met achterlating van een of meer kinderen is – als er geen testament is gemaakt – de wettelijke verdeling van toepassing. De langstlevende echtgenoot krijgt dan de erfenis volledig in eigendom. Het erfdeel van de kinderen wordt van rechtswege omgezet in een vordering in geld. De kinderen krijgen dit geld niet direct in handen. Dit bedrag is pas opeisbaar bij overlijden van de langstlevende ouder dan wel bij zijn/haar faillissement. Opname in een zorginstelling is geen wettelijke opeisbaarheidsgrond.

 

Hebt u nog geen testament? Zou het dan niet wat zijn dat u in uw langstlevende testament bepaalt – en daarmee dus afwijkt van de wet – dat de kinderen hun vordering eerder ‘kunnen’ opeisen? Bijvoorbeeld indien de langstlevende echtgenoot bij het opeisbaar zijn van de kindsdelen, als gevolg van een (zorg)regeling waarbij zijn/haar eigen vermogen in aanmerking wordt genomen, eventueel een lagere eigen bijdrage verschuldigd is. Dit kan tot gevolg hebben dat het vermogen in Box 3 van de langstlevende lager wordt en dus ook de eigen bijdrage lager wordt.

 

Als er geen testament is en de langstlevende regeling uit de wet van toepassing is, dan heeft de langstlevende de wettelijke bevoegdheid om de kinderen hun kindsdeel uit te betalen. Doordat de langstlevende dan simpel gezegd minder spaargeld op de bank heeft staan, zorgt de uitbetaling er ook voor dat de eigen bijdrage lager wordt. Hoe minder vermogen iemand in Box 3 heeft, hoe lager de eigen bijdrage. Maar het verschil met de situatie dat er wel een langstlevende testament is met goed geformuleerde opeisingsgronden, zit 'm er in dat in dat geval de langstlevende niet echt hoeft uit te betalen. Het is voldoende dat de kinderen hun kindsdeel kunnen opeisen. Is de wettelijke langstlevende regeling van toepassing omdat de ouder die als eerste overleed pas na 1 januari 2003 is gestorven, dan moet de langstlevende aan de kinderen hun kindsdeel daadwerkelijk uitbetalen. Pas daardoor wordt het vermogen in Box 3 ook echt lager en wordt de eigen bijdrage dus ook minder. Dit kan een probleem zijn als het Box 3-vermogen niet 'contant' op de spaarrekening staat, maar in de stenen van het eigen huis vast zit op het moment dat de langstlevende wordt opgenomen. Er kan dan niet uitbetaald worden door de langstlevende. Onder andere voor dit sleutelen aan de wettelijke verdeling is een testament nodig. Hebt u al een testament, dan is de vraag: Is dit wel up-to-date?

 

Het erfrecht en de erfbelasting

Wanneer iemand komt te overlijden en er is een erfenis in de vorm van geld of andere bezittingen als een huis en auto, dan blijft dit vermogen nooit helemaal in de familie. De belastingdienst wil namelijk een bepaald percentage van wat wordt nagelaten ontvangen in de vorm van erfbelasting of zoals dat vroeger heette: ‘successierechten’.

 

Wat is erfbelasting?

De erfbelasting is een belasting die je moet betalen wanneer je een erfenis ontvangt. Hoe hoog het percentage is dat je moet afdragen is afhankelijk van de hoogte van het bedrag en de relatie die je hebt tot de overledene. Bovendien zijn bepaalde bedragen vrijgesteld. De percentages (en vrijstellingen) kunnen per jaar veranderen en zijn ingedeeld in verschillende schijven, net als bij de inkomstenbelasting. Er geldt: hoe hoger het bedrag van de ontvangen erfenis, des te hoger is ook het percentage dat moet worden afgedragen aan de Belastingdienst. Het verzoek tot het doen van aangifte voor de erfbelasting en de veelal daarmee gepaard gaande aanslag valt veel mensen nogal rauw op hun dak.

 

Er zijn echter manieren om op deze – door velen als onrechtvaardig ervaren – erfbelasting te besparen of de heffing van erfbelasting uit te stellen. Hierbij kunnen varianten van langstlevende testamenten met flexibele renteclausules, tweetrapsmakingen, afvullegaten en legaten ten behoeve van kleinkinderen een (grote) rol spelen. Ook het maken of opheffen van huwelijksvoorwaarden en het doen van schenkingen, al dan niet op papier, kunnen een besparing van erfbelasting teweegbrengen. En als u nu in een zorginstelling terecht komt omdat u niet meer in staat bent om voor u zelf te zorgen en om uw wil te bepalen, zou het dan ook niet praktisch zijn dat in een ‘levenstestament’ uw schenkingswens is vastgelegd. Ook het ontbreken van een schenkingstraditie hoeft dan geen belemmering te zijn. Onder andere hiervoor is de toegevoegde waarde van een levenstestament evident.

 

LEVENSTESTAMENT

Wat Prins Friso is overkomen en daarmee ook zijn familie is vreselijk. Het kan ons allemaal overkomen. Door een ongeluk, ziekte of welke oorzaak dan ook kan het gebeuren, dat u tijdelijk of blijvend niet meer in staat bent uw eigen wil te bepalen. Anderen gaan dat dan voor u doen. Er ontstaat juridisch een onduidelijke situatie: “wie is gerechtigd dat te doen?”, "wie gaat wat doen?" En: “doen ze  het op de manier zoals u dat gewild had”.

 

Als u daar grip op wilt houden, dan is het verstandig een zogenaamd levenstestament te maken. Dat is een notariële akte waarin u uw wensen vast legt met betrekking tot het regelen van allerlei zaken en waarin u aan een of meer personen, die u volledig vertrouwt, volmacht geeft namens u te handelen. U kunt aan die volmacht desgewenst ook een of meer voorwaarden verbinden, zodat de gemachtigde er bijvoorbeeld alleen gebruik van kan maken, wanneer een arts verklaart heeft, dat u zelf niet in staat bent uw belangen te behartigen.

 

Ook is het mogelijk de volmacht aan meerdere personen te verlenen, zodat deze alleen maar gezamenlijk namens u mogen optreden. U kunt daarbij denken aan diversen vermogensrechtelijke handelingen zoals de verkoop van het huis, het doen van betalingen, de verkoop van de zaak, het doen van belastingaangiftes. Ook handelingen die uw verzorging of behandeling aangaan. Stel dat uw familieleden twijfelen over de te volgen behandeling met het risico van schade aan uw gezondheid.

 

Door het maken van een levenstestament houdt u zelf de regie. Omdat uw wensen vastliggen in een notariële akte heeft dat, bijvoorbeeld voor een behandelend arts of voor de kantonrechter, een hogere status dan allerlei onderhandse losse schriftelijke of mondelinge verklaringen.

 

Deze notariële akte kan geregistreerd worden in een speciaal daartoe in het leven geroepen landelijk register: het Centraal Levenstestamenten Register. Zo raakt het niet zoek en komt het ook altijd boven water.

 

Tenslotte is het belangrijk om te weten, dat zo'n levenstestament op ieder door u gewenst moment veranderd of herroepen kan worden. Mocht u er dus op een gegeven ogenblik anders over denken, dan is dat geen enkel probleem. U zit er niet aan vast.

ERFBELASTING & SCHENKBELASTING: DE CIJFERS

Klik hier voor de tarieven en vrijstellingen voor Erfbelasting & Schenkbelasting

 

 

 

Vragen over een erfenis of schenking?

Bel ons gerust op nummer 043 329 8100.

INTERESSANTE LINKS